Probleemanalyse

Zorg voor kwaliteit
in het onderwijs

>>>

‘Ons onderwijs is een lekke boot die leerkrachten uit alle macht nog vooruit proberen te roeien, als galeislaven. Terwijl het water hun laarzen in gutst verschijnen er allerlei speedbootjes, grachtensloeps en waterscooters om hen heen die adviezen schreeuwen in hun megafoons: misschien kun je andere peddels proberen, een nieuwe slagtechniek, een vrouw aan het roer? En heb je al eens kritisch gekeken naar je voedingspatroon?’ (Christiaan Weijts – NRC, 10-10-2019).

Hieronder beschrijven we in het kort twaalf structurele problemen binnen drie zorggebieden. Voor meer informatie en referenties kunt u doorklikken. 

De leraar en het leraarschap:

Lerarentekort, zowel kwantitatief …
De lerarentekorten blijven oplopen: in 2028 zal er in het basisonderwijs een tekort zijn van ca. 10.370 fte en in het voortgezet onderwijs 1640 fte. Bovendien daalt in het voortgezet onderwijs met elke pensionering het aantal academisch geschoolde leraren. De instroom via de pabo’s en de lerarenopleidingen is al jarenlang ontoereikend om de tekorten terug te dringen. 

… als kwalitatief
Er zijn te weinig evidence informed beroepsstandaarden waarmee de vakinhoudelijke, vakdidactische, onderwijskundige en pedagogische kwaliteit van leraren kan worden bepaald en geborgd. Waar de tekorten hoog zijn, worden gaten in roosters te vaak opgevuld met onbevoegde leerkrachten. Daarnaast leiden wij uit de dalende leerprestaties af dat de kwaliteit van het onderwijs achteruitgaat. 

Onaantrekkelijkheid van het leraarsberoep
Het onderwijs is de beroepssector met de meeste burn-outs. Van de nieuwe docenten overweegt 63% te stoppen en 32% van alle leraren onder de dertig stapt uit het onderwijs. Ook is er veel uitval onder zij-instromers en ‘vluchten’ in het voortgezet onderwijs veel docenten naar functies in het middenkader. De arbeidsomstandigheden van leraren zijn onaantrekkelijk: hoge werkdruk, een relatief laag salaris, veel papieren rompslomp, weinig professionele ruimte, dalende leerprestaties en veel ongemotiveerde leerlingen en gedesillusioneerde collega’s. 

Kwaliteit van lerarenopleidingen en bijscholing
Evenals voor de beroepsgroep zijn voor de lerarenopleidingen weinig evidence informed standaarden waarmee de vakinhoudelijke, vakdidactische, onderwijskundige en pedagogische kwaliteit van de lerarenopleidingen kan worden bepaald en geborgd. Perverse prikkels in het opleidingssysteem en de aanhoudende tekorten zorgen er bovendien voor dat ook te zwakke studenten worden toegelaten naar de lerarenopleidingen, uiteindelijk hun diploma krijgen en dan voor de klas gaan staan. Er is geen landelijk gecoördineerd bijscholingsaanbod alsmede na- en bijscholingseisen waarmee docenten hun kennis en vaardigheden op peil kunnen brengen en houden. 

Zwakke vakorganisatie
De curricula, vakdidactiek en examens worden onvoldoende gevoed door de stand van zaken in de wetenschap. De meeste vakken kennen wel vakorganisaties van docenten, maar deze zijn vaak onvoldoende verbonden met universitaire vakdidactici en vakspecialisten. Dit heeft onder meer geleid tot een uitholling van de kennisbasis in de lerarenopleidingen en in het onderwijs. Ambtelijke instellingen en quango’s als SLO, Cito en de Commissie van Toetsing en Examens nemen deze positie in en leiden te veel een eigen leven. 

> meer informatie en referenties

Leerlingen en leerprestaties:

Niveau en kwaliteit van leerprestaties
Uit de onrustbarende toename van het aantal laaggeletterde 15-jarigen (25%), de enorme hoeveelheid ongemotiveerde leerlingen en de dalende trend van leerprestaties in internationale vergelijkingen als PISA en PIRLS, moet worden afgeleid dat de kwaliteit van het onderwijs in de laatste twintig jaar steeds verder achteruitgaat. Ook slimme leerlingen presteren minder dan hun slimme westerse leeftijdgenoten.

Uitholling van basiskennis en -vaardigheden
De curricula van het funderend onderwijs en de lerarenopleidingen worden te sterk gedomineerd door vaardigheidsdoelen en ‘soft skills’. Het centrale doel van algemeen vormend onderwijs is dat de leerlingen een basis meekrijgen van elementaire kennis en vaardigheden waarmee ze de wereld kunnen begrijpen en interpreteren, zodat ze volwaardig deel kunnen nemen aan onze maatschappij en de toekomst tegemoet kunnen treden.

Kansenongelijkheid
Lage leerprestaties op onderdelen die voor het functioneren in onze maatschappij noodzakelijk zijn vergroten de kansenongelijkheid van kwetsbare groepen.

> meer informatie en referenties

Overheid en bestuur:

Ongefundeerde vernieuwingen en experimenten
Tegen de aanbevelingen van de commissie Dijsselbloem in lanceren politici, beleidsmakers en bestuurders, vaak zonder deugdelijke analyse en onderbouwing, het ene vernieuwingsplan na het andere. In plaats van het beroep van de leraar aantrekkelijker te maken en de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren zwichten zij voor de verleiding van onderwijsvernieuwingen en stelselherzieningen.

Gebrek aan regie en focus bij de overheid
De overheid verzuimt haar kerntaak om te zorgen voor deugdelijk onderwijs. De vele noodkreten van docenten uit het veld en de aanbevelingen van vele onderzoeksrapporten worden niet in samenhang geanalyseerd en in beleid omgezet. Bewindslieden reageren op problemen paniekerig met ad-hoc-maatregelen die zelden het beoogde effect hebben. Dit geldt helaas ook voor de extra budgetten die regeringen al dan niet geoormerkt aan het onderwijs beschikbaar stellen.

Ondoelmatige besteding van onderwijsgelden
Er worden miljarden in het onderwijs gepompt, maar we weten niet of die investeringen toereikend zijn en of het geld doelmatig door de schoolbesturen wordt besteed. In de afgelopen twintig jaar is steeds minder geld gegaan naar het primaire proces: het lesgeven.  De budgetten die bijvoorbeeld beschikbaar zijn gesteld om het lerarentekort terug te dringen en de werkdruk te verminderen hebben niet het beoogde effect. Integendeel.

Bestuurlijke drukte
Onderwijsbeleid is een kluwe geworden van besturen, koepelorganisaties, guango’s (slo, cito), adviesbureaus, commerciële instellingen, denktanks en ambtenaren – allen niet lesgevend. Beleidsontwikkeling vindt daardoor plaats op te grote afstand van de praktijk van de leraren. Alles wordt voor, maar veel te weinig door de leraren besloten. Deze vervreemding vergroot het lerarentekort en de werkdruk. Hierdoor is het bovendien structureel onduidelijk wat de effecten zijn van extra gelden op het onderwijs zelf.  

Tekort schoolleiders, kwantitatief en kwalitatief
Met name in het basisonderwijs is er een tekort aan kwalitatief goed opgeleide schoolleiders.
Er is erg veel geschreven over en getraind in ‘effectief’ leiderschap’, Veel schoolleiders zijn mede daardoor geneigd om te sturen op innovatie in plaats van het verhogen van de kwaliteit van het onderwijs en het welzijn van de docenten.
  
> meer informatie en referenties